Sterven als luchtig onderwerp

Een onderdeel van het thema deze keer is ‘sterven’. Nee, dat is lekker gezellig. ‘Sterven’, het hoort er wel een beetje bij – bij het leven.

Jezus had het er ook over. Soms deed Hij er luchtig over. Toen Hij zei: ‘Ze slaapt gewoon.’ Soms was Jezus er ook door aangedaan. Toen Hij huilde bij de dood van Lazarus. Hij huilde, terwijl Hij als geen ander wist dat Lazarus het beter zou hebben bij de Vader, dat Hij Lazarus daarna zou opwekken en dat Jezus zelf de dood zou overwinnen.

Hoe graag ik het ook zou willen, misschien moet ik niet proberen dit onderwerp luchtig te maken, omdat het dat simpelweg niet altijd is.

Ik had luchtig kunnen schrijven over dat er soms iets moet ‘afsterven’ om ruimte te geven voor iets nieuws om te groeien, en dat is ook zeker zo! Vooral wanneer het gaat om een nieuwe passie, nieuwe relaties of wanneer het gaat om orchideeën: ‘Orchideeën snoei je na de bloei om herbloei te stimuleren, door de stengel met een schone schaar af te knippen boven het derde oog (verdikking) vanaf de basis.’ Ik heb nu een week een orchidee en hoop dat deze niet binnenkort zal ‘sterven’, dus ik heb mij er een beetje in verdiept.

Ik had luchtig kunnen schrijven over ‘sterven aan jezelf’. Ik zou kunnen zeggen dat je vlees, ondanks je hoge bloeddruk, naar koekjes verlangt, maar dat God vraagt om niet te veel suiker in jouw lichaam, dat moet fungeren als een tempel. Sterf aan je lichamelijke gevoelens en kies voor datgene waarvan je weet dat het juist is.

Luchtig was het ook toen mijn vis stierf en we een belachelijk uitgebreide begrafenis in de tuin hielden.

Alleen, soms is een onderwerp niet écht luchtig. Hoe zwaar een koekje overslaan misschien ook kan voelen, het is niets in vergelijking met een te vroeg gemis van een kind of een andere dierbare.

Aan de ene kant kun je van christenen horen dat we ‘er niet te lang in mogen blijven hangen’. Even heel bot gezegd, want de overledene is immers in de hemel bij de Vader en we zouden vreugde moeten voelen.

Aan de andere kant hoor je onder christenen vaak oprechte, meelevende woorden, omdat we proberen de ander lief te hebben als onszelf. Toch is echt begrijpen wat iemand doormaakt bij een groot verlies pas mogelijk als je dit zelf hebt ervaren.

Jezus is gelukkig van alle markten thuis en heeft een voorbeeld gegeven voor ons allemaal. We mogen iemand missen, we mogen huilen om het sterven, en we mogen met elkaar meehuilen wanneer verdriet ons raakt. Dat is wat Hij zelf deed, ondanks dat Hij wist dat degene die gestorven was het nu beter had dan ooit hier op aarde mogelijk zou zijn.

Naast het verdriet mogen we ook troost ontvangen. God is een Trooster, een God die weet wat de dood inhoudt en die ons verdriet van dichtbij kent.

Jezus spreekt over de graankorrel die sterft om vrucht te dragen (Johannes 12:24-25). Wanneer ‘zo’n graankorrel’ jou dierbaar was, volgt er een tijd van verdriet, kort of lang – zie het maar als het bewateren van de plantjes.

Gelukkig laat God het daar niet bij: Hij belooft een tijd van oogst en nieuw leven. Een tijd van vrucht dragen.

Romy Zimmermann

Romy
     maart/april 2026