De ware Wijnstok

Preek gehouden op 22 maart 2026

Marijke Gootjes

Johannes 15:1-8, Psalm 80:9-20

Ik ben de ware Wijnstok en Mijn Vader is de Wijngaardenier.
Elke rank die in Mij geen vrucht draagt, neemt Hij weg; en elke rank die vrucht draagt, reinigt Hij, opdat zij meer vrucht draagt.
U bent al rein vanwege het woord dat Ik tot u gesproken heb.
Blijf in Mij, en Ik in u. Zoals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf, als zij niet in de wijnstok blijft, zo ook u niet, als u niet in Mij blijft.
Ik ben de Wijnstok, u de ranken; wie in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt u niets doen.
Als iemand niet in Mij blijft, wordt hij buitengeworpen zoals de rank, en verdort, en men verzamelt ze en werpt ze in het vuur, en zij worden verbrand.
Als u in Mij blijft en Mijn woorden in u blijven, vraag wat u maar wilt en het zal u ten deel vallen.
Hierin wordt Mijn Vader verheerlijkt, dat u veel vrucht draagt en Mijn discipelen bent.
 
U hebt een wijnstok uit Egypte uitgegraven,
de heidenvolken verdreven en hém geplant.
U hebt een plaats voor hem bereid
en hem wortel doen schieten,
zodat hij heel het land vulde.
 
De bergen zijn met zijn schaduw bedekt geweest,
zijn takken waren als machtige ceders.
Hij breidde zijn ranken uit tot aan de zee,
zijn jonge loten tot aan de rivier.
 
Waarom hebt U een bres geslagen in zijn muren,
zodat alle voorbijgangers op de weg hem leegplukken?
Het zwijn uit het woud heeft hem losgewroet,
het wild van het veld heeft hem afgegraasd.
 
O God van de legermachten, keer toch terug;
kijk neer uit de hemel en zie.
Zie om naar deze wijnstok,
de stam die Uw rechterhand geplant heeft,
en dat om de Zoon, Die U voor Uzelf sterk gemaakt hebt.
De wijnstok is met vuur verbrand, is afgekapt;
Uw volk komt om door de bestraffing van Uw aangezicht.
 
Laat Uw hand rusten op de Man van Uw rechterhand,
op de Mensenzoon, Die U voor Uzelf sterk gemaakt hebt.
Dan zullen wij ons niet van U afkeren;
behoud ons in het leven, dan zullen wij Uw Naam aanroepen.
HEERE, God van de legermachten, breng ons terug;
doe Uw aangezicht lichten, dan zullen wij verlost worden.